Terugreis deel 3

van Albanië naar Kaprun

Redelijk snel over de grens met Albanië vinden we weer een mooie stop voor de nacht. Camping Riverside bij Niksic doet zijn naam eer aan, en we maken graag gebruik van het snel stromende ondiepe, maar zeer koele riviertje om lijf en hoofd even lekker op te frissen.

De volgende dag zal de gevoelstemperatuur voor het eerst (ruim) onder de 30 graden blijven. We rijden nog een kleine 200 km door Montenegro, een klein land en met maar liefst 600.000 inwoners half zo dichtbevolkt als Albanië. Montenegro is geen lid van de EU (wel kandidaat-lid sinds 2010), maar je betaalt er wel met de Euro. Het land toont iets rijker. De bergen zijn minder stijl dan in Albanië en de wegen veel beter van kwaliteit. Genieten gaat dus in een iets hoger tempo.

De pakweg 200 km Bosnië-Herzegovina daarna karren we, met uitzondering van een foto-plas-stop, lekker door. Het land is grotendeels moslim al wisselen de minaretten en kerktorentjes elkaar af. Bij Ljubinje is de natuur schitterend. Dat vond blijkbaar ook de man of vrouw die daar een camping begon onder de naam “Heaven in nature”. Bijzonder is de overduidelijke chinese aanwezigheid een stukje verder. Op enkele panden en bordjes bij wegwerkzaamheden zien we chinese tekens en worden werkzaamheden ogenschijnlijk door chinezen uitgevoerd.

De grens met Kroatië is redelijk snel bereikt, en rond 12.30 uur passeren we de tweede landsgrens vandaag. De kustroute hadden we 2 jaar geleden al gereden met de elektische auto, en om het tempo er een beetje in te houden kiezen we voor de tolweg. De A1 doorkruist Kroatië van zuid naar noord, dus eenmaal de snelweg opgedraaid geeft Google Maps aan dat de volgende aanwijzing pas over 419 km van toepassing is. Een relaxed middagje voor de navigator dus.

De laatste kilometers voor de grens gaan over een binnenweg. Zo krijgen we toch nog iets mee van dit mooie heuvelachtige groene deel van Kroatië. En aangezien zowel Kroatië als Slovenië tot de EU behoren, passeren we voor het eerst weer ongezien en zonder controles een grens. En nu we toch op een binnenweg rijden, zoeken en vinden we snel over de grens een overnachtingsplek. Supernetjes met rechte, bestrate/gegravelde kavels zonder ook maar een spoor van onkruid én met een goede wifi.

[smartslider3 slider=”24″]

Het plan was om nog een paar dagen te skiën op de Stubaier gletscher. Helaas blijkt deze vorige week gesloten voor de zomer. In Kaprun en Hintertux zijn de pistes en liften nog wel open. Omdat we gisteren flink doorgereden hebben, hoeven we vandaag nog “maar” 300 km te rijden om in de buurt van Kaprun te komen. We beginnen de dag daarom rustig aan. Om 10.30 uur vertrekken we van de camping. We willen een stop maken bij het Beld meer en vlak daarbij gelegen Vintgar kloof. Naar later blijkt de grootste toeristische attractie van Slovenië. Het meer is schitterend en we schieten een paar hele mooie plaatjes. Maar de bussen met chinezen schrikken ons toch af om de wandeling naar de kloof te maken.

We genieten van de route door Slovenië. Het landschap is heuvelachtig en de afwisseling tussen bossen en alpenweides maakt dat het er wat vriendelijker uitziet dan bijvoorbeeld Bosnië-Herzegovina. Bebouwing met pasteltinten en meer gebruik van hout draagt daar ook aan bij. Riviertjes stromen lieflijk zacht, zijn daarom wel wat minder helder.

Onze weg vervolgend naar Kaprun gaf Google maps gaf een veerboot/pont aan op de route. Zonder daar verder over na te denken ging ik er van uit dat we een rivier per pont over zouden moeten steken. Er blijkt echter een tunnel te zijn waar je alleen per autotrein doorheen kunt. Een kleine variatie op het thema veerpont dus. Na even googlen komen we tot de conclusie dat het niet veel duurder is dan de tolweg en besluiten we deze bijzondere ervaring aan ons lijstje toe te voegen. Aan de andere kant van de tunnel komt het water met bakken uit de lucht.

Campings zijn hier behoorlijk duur en we wisselen een tijdje elke 5 minuten van gedachten, parkeren langs de weg voor de nacht, of een keer een pension boeken. En na 2,5 week geeft het idee van een comfortabele WC helemaal voor ons zelf de doorslag. Uiteindelijk rijden we langs Gasthof zur Post in Bad Gastein, waar een vlaggetje hangt dat er een kamer vrij is. De eigenaar verontschuldigt zich voor de wat hoge prijs, maar geeft aan dat daar dan wel een volledige wellness bij inbegrepen is. Wij vinden de prijs alles meevallen, maar later blijkt het niet een prijs per kamer maar per persoon te zijn. Desalniettemin is het ons alleszins de euro’s waard en besluiten we zelfs een dag bij te boeken. Het weer ziet er nog niet te rooskleurig uit, en het is wellicht slimmer het skiën een dag uit te stellen. Maar dan zien we morgen dan wel weer.

[smartslider3 slider=”25″]